Pinksteren in de Molentocht.

 

Op de zaterdag voor Pinksteren mocht ik voorgaan in de kerkdienst in  het  verpleeghuis de Molentocht in Purmerend. Veertien dagen daarvoor was ik in verpleeghuis Novawhere ge-weest.  Maar toen had ik het Marker Mannenkoor mee.  Maar nu moest ik er alleen heen, zonder koor. Dat is altijd een beetje jammer. Gelukkig werd ik een week van tevoren opge-beld door een contactpersoon daar, die wat informatie over de kerkdienst vroeg. En toen ze hoorde, dat ik geen koor bij me had, ging zij wel een koor regelen.

Zo doen ze dat in Purmerend. Geen uur later werd ik weer opgebeld door een vriendelijke mevrouw van een kerkkoor uit Purmerend. Zij wilden graag komen zingen. Maar ja, het was Pinksteren, dus veel mensen weg. Ze zouden maar met vijf koorleden zijn. Nou, dat geeft niet. Er kan in ieder geval ge-zongen worden. Er was nog een probleem. Het was een katholiek kerkkoor, dus ik moest maar niet van die moeilijke protestantse psalmen opgeven. Nou, dat beloofde ik Die mevrouw en ik hebben samen de liederen uitgezocht. En in de kerkdienst zongen ze de sterren van de hemel. En het bleken geen vijf, maar acht koorleden te zijn en ze brachten zelfs nog een pianist mee.

Er kwamen veel mensen, dus we begonnen zoals gewoonlijk tien minuten te laat. Het is ook een heel gedoe om al die mensen van de afdeling naar de cantine, die als kerkzaal gebruikt wordt, te brengen. Net voordat we zouden beginnen werd de enige Marker, die in Molentocht zit, binnen gebracht.  Hij kreeg een plekje achteraan.   Maar daar ben ik achterheen gegaan. Komt zijn eigen dominee een keer in toga, dan moet hij het ook goed kunnen zien. Dus eigen-handig heb ik de rolstoel van achteren naar voren gehaald en vlak bij het preekstoeltje neer-gezet. Ik weet niet, of hij het allemaal zo begreep, maar hij keek me in ieder geval stralend aan.

Het is niet zo eenvoudig om in een verpleeghuis voor te gaan. Je zit met de tijd, want alles moet toch wel in een half uur, drie kwartier bekeken zijn. En de mensen die in een verpleeg-huis zitten, vormen zo'n gemêleerd gezelschap. Het zijn mensen van allerlei kerken en vaak ook mensen, die helemaal niet kerkelijk betrokken zijn geweest, maar iedere aanleiding aan-grijpen om even van de afdeling af te zijn. Maar ook mensen van verschillende afdelingen: je hebt de mensen van de pg -afdelingen die het niet helemaal meer weten;  je hebt de mensen van de somatische afdelingen, die lichamelijk niet goed meer zijn, maar verder alles erg goed weten; en dan zijn er nog de mensen die voor revalidatie in het verpleeghuis zijn en binnen afzienbare tijd weer naar huis gaan.

Ik vind het iedere keer weer een hele uitdaging om juist ook voor deze mensen het evangelie te verwoorden,  zodat ze er iets van mee kunnen nemen.  Het moet  allemaal heel kort en bondig, maar wel duidelijk zijn. Want in een dienst van een half uur is een preekje van tien minuten wel de limit. En het gaat natuurlijk niet alleen om de preek. Het betekent voor de mensen al heel wat, als ze een bekend lied horen zingen. En soms weten ze van de gewone dingen van het leven niks meer, maar kunnen ze liederen die ze vroeger geleerd hebben, nog luidkeels meezingen.

Op college leerde ik vroeger al:  Denk er goed om,  mensen in verpleeghuizen hebben onze zorg nodig, maar het blijven wel mensen en daarom zul je ze altijd menswaardig behandelen.

En een andere hoogleraar zei:  Het kan soms gebeuren,  dat iemand alle contact met de buitenwereld verliest. Je kunt niet meer gewoon communiceren met elkaar. Het lijntje met de medemensen is er niet meer. Maar dat betekent niet, dat het lijntje naar boven er niet meer is. Want van dat lijntje is de Here God de baas. En daar moeten wij mensen van afblijven.

Kortom, het was weer een boeiende ochtend daar op de Pinksterzaterdag in Molentocht in Purmerend. En ik heb het grootste respect voor de mensen die kwamen zingen en voor die groep van vrijwilligers, die steeds  weer  al  die mensen van de afdelingen halen  en weer terugbrengen.        

ds J.Pronk